ISO-normen voor kleine vaartuigen met betrekking tot lithium-ion-accu-installaties

In deze eerste editie van Tech Deep Dive geven we een overzicht van de ISO-normen die van toepassing zijn op lithium-ion-accu-installaties op kleine vaartuigen. Lees meer over de vereisten van ISO 23625, ISO 13297 en ISO 16315, de aandachtspunten voor naleving en hoe de producten van MG Energy Systems voldoen aan deze wettelijke kaders voor schepen tot 24 meter.
ISO-normen voor kleine vaartuigen

Waarom bestaat er een ISO-norm voor kleine vaartuigen? Een pleziervaartuig dat in de EU is gebouwd, moet aan de ISO-norm voldoen. Richtlijn betreffende pleziervaartuigen (RCD) 2013/53/EU. Deze richtlijn verplicht CE-markering voor pleziervaartuigen tussen 2,5 en 24 meter die op de EU-markt worden gebracht. De ISO-normen voor kleine vaartuigen kunnen worden gebruikt om aan deze richtlijn te voldoen.

Deze nota behandelt de reikwijdte en toepasbaarheid van elke norm, de technische vereisten die relevant zijn voor lithiumbatterijsystemen, de positionering van MG Energy Systems-producten binnen dit regelgevingskader en praktische overwegingen met betrekking tot naleving.

De drie belangrijkste ISO-normen die aan bod komen, zijn:

StandaardTitelHuidige editie
ISO 23625Kleine vaartuigen — Lithium-ionbatterijenISO 23625:2025
ISO 13297Kleine vaartuigen — Elektrische systemen — Wissel- en gelijkstroominstallatiesISO 13297:2020 (5e editie, gewijzigd 1:2022)
ISO 16315Kleine vaartuigen — Elektrisch aandrijfsysteemISO 16315:2026

Alle drie de standaarden zijn ontwikkeld door ISO Technisch Comité TC 188 (Kleine vaartuigen).

2. Standaardbeschrijvingen

2.1 ISO 23625:2025 — Kleine vaartuigen — Lithium-ionbatterijen

De ISO 23625:2025-norm specificeert eisen en aanbevelingen voor de selectie en installatie van lithium-ionbatterijen op boten, evenals eisen voor de veiligheidsinformatie die door de batterijfabrikant moet worden verstrekt. De norm is van toepassing op lithium-ionbatterijen en batterijsystemen met een capaciteit groter dan 500 Wh Gebruikt op kleine vaartuigen voor het leveren van stroom aan algemene elektrische apparaten en/of elektrische aandrijfsystemen.

De norm bestrijkt een aantal belangrijke gebieden. Een van de belangrijkste punten is dat er wordt verwezen naar de eisen van de IEC 62619 (veiligheid) en IEC 62620 (prestaties) normen. Deze worden veelvuldig gebruikt in andere regelgeving, zoals de typegoedkeuring van ES-Trin en Lloyds voor batterijen, als basisvereiste. De tests en eisen zijn echter zeer uitgebreid.

Andere belangrijke dekkingsgebieden zijn:

  • Ontwerpeisen voor batterijsystemen – Voornamelijk op systeemniveau.
  • Functionele eisen voor een batterijbeheersysteem (BMS)
  • Beperking van thermische oververhitting
  • Ventilatie-eisen voor batterijcompartimenten
  • Installatievereisten (montage, compartimentontwerp, toegang)

2.2 ISO 13297:2020 — Kleine vaartuigen — Elektrische systemen

De ISO 13297:2020-norm specificeert de eisen voor het ontwerp, de constructie en de installatie van gelijkstroom- en wisselstroomsystemen op kleine vaartuigen. De norm omvat:

  • Extra-laagspanningsgelijkstroom (DC) elektrische systemen die werken bij nominale potentialen van 50 V gelijkstroom of minder
  • Eenfasige wisselstroomsystemen (AC-systemen) die werken bij nominale spanningen die niet hoger zijn dan AC 250 V

Uitzonderingen: ISO 13297 doet dat expliciet. niet omslag:

  • Elektrische aandrijfsystemen (gedekt door ISO 16315)
  • Driefasige wisselstroominstallaties (gedekt door IEC 60092-507)

2.3 ISO 16315:2026 — Kleine vaartuigen — Elektrisch aandrijfsysteem

De ISO 16315:2026-norm behandelt het ontwerp en de installatie van AC- en DC-elektrische systemen die worden gebruikt voor elektrische voortstuwing en/of elektrische hybride voortstuwing (systemen die een oplaadbare batterij combineren met een brandstofbron) op kleine vaartuigen. De norm is van toepassing op:

  • Gelijkstroomsystemen minder dan 1500 V gelijkstroom
  • Eenfasige wisselstroom tot AC 1000 V
  • Driefasige wisselstroom tot AC 1000 V
  • Schepen tot 24 m romplengte (volgens ISO 8666)

Relatie tot ISO 23625: Voor schepen met elektrische voortstuwing en lithium-ionbatterijen zijn zowel ISO 16315 als ISO 23625 gelijktijdig van toepassing. ISO 23625 regelt de eisen aan het batterijsysteem; ISO 16315 regelt de integratie van het voortstuwingssysteem. Indien ISO 16315 geen specifieke eis stelt, geldt ISO 13297 als basis voor de algemene elektrische installatie.

3. Toepasbaarheid

3.1 Omvang van het schip

Alle drie de normen zijn van toepassing op kleine vaartuigen zoals gedefinieerd door ISO/TC 188: schepen met een romplengte tot 24 meter. Dit omvat de meeste recreatievaartuigen (zeiljachten, motorjachten, catamarans, RIB's) en veel kleine commerciële vaartuigen.

Schepen langer dan 24 meter vallen onder de regels van classificatiebureaus (DNV, Lloyd's Register, Bureau Veritas, enz.) en vallen buiten het toepassingsgebied. MG biedt batterijoplossingen met een typegoedkeuring van een classificatiebureau. Dit omvat onder andere: MG Meester HV en RS230.

3.2 Wanneer elke norm van toepassing is

InstallatietypeISO 23625ISO 13297ISO 16315
Lithium-ionbatterijen (>500 Wh)JaJa (gelijkstroombedrading)Nee
Elektrisch aandrijfsysteemJaNee (uitgesloten)Ja
Hybride aandrijfsysteemJaNee (uitgesloten)Ja
DC-systeembedrading (<=50 V)NeeJaNee
AC-walstroominstallatieNeeJaNee

3.3 Nieuwbouw versus renovatie

  • Nieuwe bouwwerken: De normen zijn direct van toepassing gedurende het ontwerp- en bouwproces.
  • Aanpassingen achteraf: Het vervangen van loodzuuraccu's door lithium-ion-systemen op bestaande schepen wordt beschouwd als een technische aanpassing met veiligheidsrelevante gevolgen. Dit kan leiden tot eisen voor een beoordeling na de bouw in het kader van de Richtlijn voor pleziervaartuigen.

4. Productpositionering van MG Energy Systems

Bij MG Energy Systems bieden we een breed scala aan productcategorieën die relevant zijn voor de naleving van ISO-normen voor kleine schepen. Houd er rekening mee dat wij ons richten op de conformiteit van de producten, terwijl de scheepswerf verantwoordelijk is voor de naleving op systeem- en installatieniveau. We kunnen advies en aanbevelingen geven over methoden om de brandrisico's in verband met lithium-ionbatterijen te beheersen, zoals vereist door ISO 23625. De exacte projectspecifieke eisen zijn de verantwoordelijkheid van de scheepswerf en de passende maatregelen worden doorgaans bepaald aan de hand van een risicoanalyse en/of de veiligheidsfilosofie voor de energieopslagruimte.

4.1 Productkenmerken van MG die relevant zijn voor ISO 23625, ISO 13297 en ISO 16315

  • IEC 62619 & IEC 62620-conformiteit (ISO 23625 §4.6): Alle MG-batterijen die binnen het toepassingsgebied vallen (LFP 24V-serie, RS-serie) worden getest en gecertificeerd volgens IEC 62619 (veiligheid) en IEC 62620 (prestaties). Deze certificeringen voldoen direct aan de basisvereisten van ISO 23625 (§4.6).
  • Geen thermische doorslag van cel naar cel: Gevalideerd door middel van IEC 62619-testen. De LFP-chemie en het ontwerp van de celafstand voorkomen propagatie tussen cellen. Dit voldoet aan de IEC 62619-vereisten, de basiscertificering voor ISO 23625.
  • Veiligheidsvergrendeling: IEC 62619 schrijft voor dat een batterijsysteem pas in gebruik mag worden genomen nadat de veiligheid ervan is gevalideerd. Het MG Master BMS implementeert dit via het Safety-Lock-mechanisme, dat actief is op beide systemen. Master LV en Master HV.
  • Geïntegreerd gebouwbeheersysteem (BMS): De MG Master LV en MG Meester HV Voldoen aan de eisen voor het bewaken en besturen van alle aangesloten lithium-ion-batterijmodules met geïmplementeerde uitschakelcondities (ISO 23625 §4.4 en §4.5).
  • Geïntegreerde hoofdschakelaar voor de veiligheid: De MG Master LV en MG Meester HV De apparaten zijn voorzien van geïntegreerde veiligheidsschakelaars om de aangesloten lithium-ionbatterijen te beschermen door belastingen en laders los te koppelen. Dit kan worden geactiveerd als een van de parameters, zoals de celspanning of de temperatuur, de veilige bedrijfslimieten overschrijdt (ISO 23625 §8.4 en §8.5).
  • Geïntegreerde gasafvoer (LFP-IP-serie): De LFP-IP-behuizing is voorzien van een ingebouwde overdrukbeveiliging en een gasafvoerkanaal. Deze functie voldoet aan de ISO 23625 §7.2 en §7.4, die de eisen beschrijven voor het afvoeren van gassen in geval van een storing, zodat deze zich niet ophopen in een besloten ruimte en geen gevaar vormen voor personen aan boord.
  • Overstroom- en kortsluitbeveiliging: De stroombewaking, gecombineerd met zekeringen en automatische contactuitschakeling, is geïntegreerd in de Master BMS'en van de MG. Dit voldoet aan de eisen van ISO 23625 (§6.8) voor overstroombeveiliging en zekeringcoördinatie zonder dat een extern coördinatieontwerp nodig is.
  • Communicatie via NMEA 2000: Status van laadtijd (SoC), gezondheidstoestand (SoH), spanning, stroom en foutstatus zijn beschikbaar via NMEA 2000, waarmee wordt voldaan aan de bewakingsvereisten zoals beschreven in ISO 23625.

4.2 Verantwoordelijkheid van de scheepswerf voor de integratie

  • Veiligheidsfilosofie (ISO 23625 §7.2): De indeling van de ruimte voor het energieopslagsysteem moet de veiligheid van passagiers, bemanning en schip garanderen. De scheepsbouwer is verantwoordelijk voor het veiligheidsbeleid dat ten minste de volgende potentiële gevaren omvat: gevaar voor gasontwikkeling, brandgevaar, noodzakelijke detectie-, bewakings- en alarmsystemen inclusief ventilatie, explosiegevaar, ventilatieprocedures in geval van gaslekkage en/of brand en externe gevaren zoals brand en wateroverlast.
  • Gasafvoer naar de open lucht (ISO 23625 §7.2 en §7.4): Eventueel vrijgekomen gas uit de accu tijdens een storing moet op een veilige manier worden afgevoerd naar een locatie waar het zich niet kan ophopen en geen gevaar vormt voor de personen aan boord.

4.3 Certificeringssamenvatting

De volgende tabel geeft een overzicht van de certificeringen en de toepasselijke MG-producten.

CertificeringToepasselijke productenRelevantie
IEC 62619 / IEC 62620LFP 24V-serie, RS-serieVeiligheid van cellen en modules — zoals beschreven in ISO 23625
VN 38.3Alle MG-accu'sTransportveiligheid — voorwaarde voor ISO 23625
Lloyd's Register TypegoedkeuringRS 230 Marine (met Master HV)Jachten/schepen van >24 meter met een tonnage van 50/500 Gt.
ES-TrinRS-serie (met Master HV), LFP 24VEuropese regelgeving voor binnenvaart – met verwijzing naar IEC 62619 / IEC 62620
SIL-2 (IEC 61508 / ISO 13849-1)LFP 24V IP + Master HV, RS-serie + Master HVFunctionele veiligheid – vereist voor IEC 62619
CE-markeringAlle productenToegang tot de EU-markt

4.4 Naleving in kaart brengen

De onderstaande tabel koppelt de producten van MG Energy aan de ISO-normvereisten.

ISO-vereisteMaster LVMaster HVNotities
CelspanningsbewakingJaJaVia een geïntegreerd slave-BMS in elke batterijmodule
Over-/onderspanningsbeveiligingJaJaAutomatische uitschakeling van de hoofdschakelaar
OverstroombeveiligingJaJaStroommeting + zekeringen
KortsluitbeveiligingJaJa 
TemperatuurbewakingJaJa 
Over-/ondertemperatuurbeveiligingJaJaAutomatische uitschakeling van de hoofdschakelaar
SoC-schattingJaJa 
SoH-monitoringJaJaBeschikbaar via NMEA 2000 PGN DC-Detailed-Status
CelbalansJaJaGeïntegreerd in het slave-BMS.
Communicatie-interfaceCAN-bus: NMEA 2000, BluetoothCAN-bus: NMEA 2000Galvanisch geïsoleerd
Pre-charge CircuitGeïntegreerdGeïntegreerdVoorkomt schade door inschakelstroom.
ContactorbesturingEnkele contactorDubbele contactor (positief + negatief) 
Loggen van gebeurtenissenJaJaDagelijkse rapporten, foutregistratie

4.5 Veelgestelde vragen

Is het noodzakelijk om de batterijen in een afgesloten en geventileerde behuizing te plaatsen?

Het plaatsen van batterijen in een afgesloten en geventileerde behuizing kan de risico's van gasvorming, brand en explosiegevaar beperken. Bij grote batterijsystemen is het vrij gebruikelijk om de batterijmodules in een afgesloten en geventileerde behuizing of een aparte ruimte te plaatsen.

  • De batterijmodules worden getest op de verspreiding van thermische oververhitting tussen cellen, waardoor het risico dat een defecte cel tot brand leidt, wordt verkleind.
  • Een afgesloten behuizing beschermt de batterij tegen brand van buitenaf. Dit is een risico om rekening mee te houden als de batterijen niet in een aparte ruimte staan en er andere apparatuur in de directe omgeving aanwezig is.
  • Ventilatie is om veiligheidsredenen niet nodig tijdens normaal gebruik. De gebruikte LFP-cellen zijn van het afgesloten type, waardoor er tijdens het laden geen gassen ontstaan of ontsnappen.
  • Ventilatie kan nuttig zijn om de temperatuur in de batterijruimte te regelen.
  • Ventilatie is noodzakelijk tijdens een gasvormingsincident en/of brand.
  • De gassen die vrijkomen tijdens ontgassing en verbranding (thermische runaway) kunnen brandbaar en giftig zijn, daarom is afvoer naar een veilige locatie in de buitenlucht noodzakelijk.
  • Houd er rekening mee dat ISO 23625 vereist dat batterijen en systeemcomponenten die geïnstalleerd zijn op locaties die niet aan overstromingen onderhevig zijn, weerbestendig zijn (IP55 of hoger).

Vereist het brandblussysteem dat de batterijen in water worden ondergedompeld, of moet er een specifiek blussysteem worden gebruikt (bijvoorbeeld gasinjectie)?

Het onderdompelen van de accu's in water is de veiligste en meest effectieve manier om een brand in de accuruimte te blussen, maar het is ook de duurste. Onze voorkeursmethoden voor bluswerkzaamheden op waterbasis zijn:

  • Onderdompeling in water
  • Watersproeisystemen
  • Waternevelsystemen

De keuze van de methode hangt af van de veiligheidsfilosofie en de specifieke installatie. Onderdompeling in water is zeer effectief bij een batterijbrand, maar als de brand extern ontstaat, zijn sprinkler- of waternevelsystemen mogelijk geschikter, omdat deze ook branden buiten de batterijruimte bestrijden.

Ook gasinjectiesystemen kunnen worden overwogen. De effectiviteit ervan varieert aanzienlijk, afhankelijk van de geometrie van de batterijruimte, het type gas, de ventilatieconfiguratie en andere factoren. Het belangrijkste principe voor het beheersen van lithium-ionbranden is het onttrekken van warmte aan de modules, waardoor de verspreiding wordt beperkt.

Vereist het systeem een noodstopvoorziening?

ISO 23625:2025 stelt geen strikte eis voor een noodstopschakelaar in het lithium-ionsysteem.

Sommige inspecteurs verwijzen echter naar paragraaf 4.1, waarin staat dat het systeem moet voldoen aan de eisen van ISO 13297. Paragraaf 9.1 van ISO 13297 bevat een eis voor een hoofdschakelaar voor de accu, die voornamelijk van toepassing is op systemen met loodzuuraccu's. Deze eis wordt soms ten onrechte geïnterpreteerd als een verplichting tot een noodstopinrichting voor lithium-ion-installaties.

5. Conclusie

De ISO-normen voor kleine vaartuigen — ISO 23625, ISO 13297 en ISO 16315 — bieden een gelaagd kader voor de naleving van de regelgeving voor lithium-ion-accu-installaties op schepen tot 24 meter. Elke norm heeft betrekking op een specifiek toepassingsgebied en in veel gevallen zijn meerdere normen tegelijkertijd van toepassing.

5.1 Gedeelde verantwoordelijkheden

Naleving van de regelgeving is niet de verantwoordelijkheid van één partij. Deze verantwoordelijkheid wordt gedeeld door de batterijfabrikant, de systeemintegrator en de botenbouwer:

  • MG Energy Systems MG levert batterijmodules en BMS-producten die onafhankelijk zijn getest en gecertificeerd volgens de onderliggende normen waarnaar wordt verwezen in ISO 23625 (IEC 62619, IEC 62620, UN 38.3). Binnen hun gedefinieerde toepassingsgebied voldoen de producten van MG aan de productniveau-eisen van de norm.
  • Systeemintegratoren zijn verantwoordelijk voor de correcte bedrading, de coördinatie van zekeringen, de integratie van communicatie en het waarborgen dat de installatie voldoet aan de toepasselijke eisen van ISO 13297 en ISO 16315.
  • Scheepsbouwers en scheepswerven Zij dragen de primaire verantwoordelijkheid voor de naleving van de voorschriften op systeem- en installatieniveau. Dit omvat het ontwerp van de energieopslagruimte, de strategie ter voorkoming van thermische oververhitting, de afvoer van gas, branddetectie en -bestrijding, en de documentatie van de algehele veiligheidsfilosofie.

5.2 De veiligheidsfilosofie als centraal resultaat

ISO 23625 vereist dat de scheepsbouwer een veiligheidsfilosofie document opstelt voor de energieopslagruimte. Dit document vormt de basis van de conformiteitsaanvraag van de installatie – het definieert hoe geïdentificeerde gevaren (gasontwikkeling, brand, explosie, waterlekkage) worden beheerd door een combinatie van ontwerp-, detectie-, ventilatie- en blusmaatregelen.

MG Energy Systems kan dit proces ondersteunen door productgegevens, gecertificeerde testresultaten en technische richtlijnen te verstrekken over het gedrag van MG-systemen onder storingsomstandigheden. De veiligheidsfilosofie is echter locatie- en vatspecifiek. De keuze van risicobeperkende maatregelen – type behuizing, ventilatieontwerp, blussysteem – moet aansluiten op de feitelijke installatie en kan niet uitsluitend door de componentfabrikant worden bepaald.

5.3 Samenvatting

Voor installaties die vallen onder de RCD- en ISO-normen voor kleine vaartuigen, vereist een conform resultaat een nauwe samenwerking tussen alle betrokken partijen vanaf de vroegste ontwerpfase. De producten van MG Energy Systems zijn ontworpen om dit proces te ondersteunen: ze zijn gecertificeerd op componentniveau, voorzien van geïntegreerde veiligheidsfuncties en gedocumenteerd om de nalevingsprocedure voor de scheepsbouwer te vereenvoudigen. De resterende verantwoordelijkheid – het vertalen van productconformiteit naar een veilige, conforme installatie – ligt bij de integrator en de scheepswerf.

6. Disclaimer

Deze technische toelichting wordt verstrekt voor Uitsluitend voor informatieve doeleinden. en vormt geen juridisch, regelgevend of certificeringsadvies. Hoewel alles in het werk is gesteld om de nauwkeurigheid te waarborgen, is de informatie hierin gebaseerd op openbaar beschikbare standaardbeschrijvingen en productdocumentatie van MG Energy Systems zoals die golden in februari 2026.

7. Referenties

7.1 Normen

  • ISO 23625:2025 — Kleine vaartuigen — Lithium-ionbatterijen
  • ISO 13297:2020 (Ed. 5, Amd 1:2022) — Kleine vaartuigen — Elektrische systemen — Wissel- en gelijkstroominstallaties
  • ISO 16315:2026 — Kleine vaartuigen — Elektrisch aandrijfsysteem
  • IEC 62619 — Secundaire lithiumcellen en -batterijen voor industriële toepassingen — Veiligheidseisen
  • IEC 62620 — Secundaire lithiumcellen en -batterijen voor industriële toepassingen — Prestatie-eisen

7.2 Regelgevingskader

  • Richtlijn 2013/53/EU van het Europees Parlement en de Raad (Richtlijn betreffende pleziervaartuigen)
  • Verordening (EU) 2023/1542 (EU-batterijverordening)
  • ES-Trin (Europese norm voor technische eisen aan binnenvaartschepen)

7.3 MG Energiesystemen-bronnen